Suikers uit maïsstro is haalbaar

Gent, 3 januari 2018 12:27 | Yves De Groote

Een waardeketen rond Vlaams maïsstro, een restproduct bij de maisproductie, kan zich inspireren op het succes van Canadese landbouwers en verwerkers. Zij produceren suikers uit maïs- en tarwestro. Volgens ILVO-UGent onderzoekster Anouk Mertens is een waardeketen voor Vlaams maïsstro in de bio-economie een haalbare kaart, ondanks het onstabiele aanbod.

In Vlaanderen kan jaarlijks in theorie 120.000 ton maïsstro van de akker worden gehaald als grondstof voor de bio-economie. Een succesvolle waardeketen van maïsstro in Vlaanderen is er vooralsnog niet, terwijl men er in Ontario, Canada, wél is in geslaagd om een bio-economische waardeketen uit de grond te stampen. “Van hen kunnen we aantal lessen leren”, zegt ILVO-UGent onderzoekster Anouk Mertens na een diepgaande vergelijkende studie, waar ze op 18 december op promoveerde aan UGent.

Canadese case

De Canadese maïsstro-waardeketen wordt momenteel ontwikkeld rondom Sarnia, een stad gelegen aan de oevers van Lake Huron. Sinds de jaren ‘80 kent de regio, gekend vanwege zijn olieverwerkende industrie, een dalend aantal jobs. Daarom werd beslist om de industrie in de regio nieuw leven in te blazen, maar ditmaal met een duurzame industrie. Aangezien suikers de basis vormen van heel wat chemische processen, werd ervoor gekozen om suikers te produceren uit biomassa, meer bepaald uit maïs- en tarwestro.

Adviescommissie opgericht

Om deze waardeketen te ontwikkelen, werd een adviescommissie opgericht, bestaande uit alle betrokken actoren: landbouwers en landbouworganisaties, vertegenwoordigers uit de industrie, onderzoekers, en beleidsmakers. Op basis van verschillende studies, beslisten de landbouwers om een coöperatieve op te richten, de Cellulosic Sugars Producers Cooperative. In deze coöperatieve verenigen de landbouwers zich en investeren ze samen in een nieuwe fabriek die de cellulosesuikers zal produceren, uitgebaat door Comet Biorefining. De suikers zullen worden verkocht aan BioAmber. Zij maken van deze suikers barnsteenzuur, dat op zijn beurt weer kan omgezet worden in een hele reeks van producten, van verven tot artificieel leer en plastic.

Succes door gemeenschappelijk doel

Het succes van de ontwikkeling van deze waardeketen ligt voornamelijk in het gemeenschappelijk doel van de verschillende actoren, namelijk de productie van cellulosesuikers. Een tweede succesfactor is het vertrouwen tussen de landbouwers en de verwerkers dat gecreëerd werd doorheen de tijd, door middel van de regelmatige bijeenkomsten. Een derde succesfactor is het feit dat alle mogelijke betrokken actoren vanaf het begin bij het proces betrokken waren. Dit gebeurde door middel van de adviescommissie, die werd begeleid door Bioindustrial Innovation Canada. Een laatste succesfactor was dat er voldoende financiële middelen beschikbaar waren op het juiste moment.

Copy-Paste naar Vlaanderen?

De voorbije jaren is er in Vlaanderen al heel wat onderzoek gebeurd naar de mogelijke valorisatie van maïsstro, en het potentieel van deze grondstof werd gaandeweg steeds duidelijker. De gebundelde onderzoeksresultaten kunnen nu een Vlaamse basis vormen voor discussie en overleg met de landbouwers en landbouworganisaties, loonwerkers en loonwerkfederatie, de verwerkende industrie en beleidsmakers. “Garantie op succes is er uiteraard niet, maar regelmatig overleg tussen alle betrokken actoren kan de motor vormen van een nieuwe waardeketen voor maïsstro in Vlaanderen”, besluit Anouk Mertens.