nieuws

FEVIA oneens met bedenkingen bij de veiligheid van karamel

Algemeen

FEVIA oneens met bedenkingen bij de veiligheid van karamel

Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) trekt de veiligheid van karamel als additief in voedingsproducten in twijfel. Nochtans is karamel volgens FEVIA een van de meest onderzochte voedingsbestanddelen.

FEVIA weet zich naar eigen zeggen gesteund door verschillende agentschappen voor de veiligheid van de voedselketen. Zo bevestigt de EFSA dat er vandaag geen enkele reden is om de veiligheid van karamel in twijfel te trekken.

Voorbarige communicatie

Het gebruik en de etikettering van additieven, onder andere van karamel, is volgens de Belgische voedingsindustrie strikt gereglementeerd en de voedingsproducenten leven de bestaande wetgeving na die de voedselveiligheid voor de consument garandeert. FEVIA, de federatie van de voedingsindustrie, betreurt dan ook dat het WIV ongerustheid creëert met haar voorbarige communicatie. Bovendien controleert het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) de correcte naleving van deze wetgeving. Tenslotte bouwt de Europese regelgeving zelf ook de nodige voorzichtigheid in, zoals het WIV zelf aangeeft.

Verantwoordelijk communiceren

FEVIA juicht bijkomend wetenschappelijk onderzoek uiteraard toe maar roept op om de resultaten ervan op een correcte en verantwoordelijke manier te communiceren en geen onnodige ongerustheid te zaaien. FEVIA zal dit in ieder geval nader bespreken met de bevoegde beleidsverantwoordelijken.

De WIV bedenkingen

Echte karamel wordt gemaakt van suiker gesmolten in water, maar in de voedingsindustrie wordt het basisrecept vaak gewijzigd door de toevoeging van ammoniak, sulfieten of beide chemische stoffen. Door de toevoeging van chemische stoffen aan deze karamel ontstaat een warme kleur en een overheerlijke geur en smaak, maar bij het opwarmen ontstaan volgens het WIV nieuwe “neomorfe” stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP) besliste daarom vier neomorfe producten met een toxisch vermogen te onderzoeken. Het gaat meer bepaald om: THI (2-acetyl-4-(1,2,3,4-tetrahydroxybutyl)imidazole), 5-HMF (hydroxymethylfurfural), 2-MEI (2- methylimidazole) en 4-MEI (4-methylimidazole)
Deze vier neomorfe stoffen, behoren volgens WIV-ISP tot dezelfde categorie van chemische producten, maar vertonen een heel ander toxicologisch profiel. THI is een immunosuppressivum, met andere woorden een stof die de immunitaire reacties van het organisme belet te werken zoals het hoort. 2-MEI en 4-MEI zijn chemische producten die door het Internationaal Instituut voor Kankeronderzoek (IARC) geklasseerd worden in de groep 2B, namelijk de “mogelijks kankerverwekkende stoffen voor de mens”. 5-HMF is een stof met een hoog toxicologisch vermogen.

En de Europese regelgeving?

Over de adviezen van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) laat WIV-ISP weten dat zij alleen stellen dat het raadzaam is om “de concentraties van neomorfe stoffen zo laag mogelijk te houden.” De bevoegde Autoriteiten nemen volgens WIV een eerder voorzichtige positie in, omdat zijn over te weinig gegevens beschikken, betreffende de werkelijke concentraties van deze neomorfe stoffen in het uiteindelijke voedingsmiddel. De concentraties van deze stoffen worden uitsluitend gecontroleerd bij de productie van karamel en niet meer wanneer de karamel in voedingsmiddelen is verwerkt. “De Europese regelgeving is evenwel voorzichtig, aangezien zij voor de vier soorten karamel een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) van neomorfe producten heeft vastgelegd die 100 keer lager ligt dan de maximumdosis die men zonder toxisch effect kan innemen. Toch blijft de vraag over de gevolgen voor de gezondheid bij overschrijding van de drempels hangende, omdat de concentraties in de voedingsmiddelen niet worden gecontroleerd en de voedingsgewoonten van de bevolking verre van homogeen zijn.”

Reageer op dit artikel