nieuws

Diervoedersector vormt front voor veilige voeders

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Veilige diervoeders zorgen voor veilig voedsel. De diervoedersector is zich al jaren bewust hiervan. Dit gemeenschappelijke doel heeft de verschillen actoren uit de sector dichter bij elkaar gebracht. Dat werpt zijn vruchten af, zo bewijst OVOCOM.

Diervoedersector vormt front voor veilige voeders

Het Belgische autocontrolesysteem werkt, aldus Bart Verhulst, managing director van OVOCOM. “Dit jaar mochten we 185 nieuwe FCA-bedrijven verwelkomen. Er werden 2.407 audits uitgevoerd door certificatie-instellingen, een stijging van 13%. Toch daalde het aantal non-conformiteiten net zo sterk, met maar liefst 13%. Een bewijs dat diervoederbedrijven de zorg voor voederveiligheid volledig omarmen. En dat mag wel eens in de verf gezet worden.”

Internationale inspanningen

De diervoedersector kent heel wat internationale stromen. Het grens- en schema-overschrijdende aspect ervan kan voedselveiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Binnen heel Europa ijveren de verschillende schema’s dan ook voor meer onderlinge samenwerking om die risico’s te counteren. OVOCOM werkt zo mee aan de creatie van een level playing field op vlak van de harmonisatie van inkoopvoorwaarden tussen de verschillende schema’s.

Lat hoog houden

Daarbij is het belangrijk om de lat hoog te houden in het belang van voedselveiligheid. “België mag niet op zijn eiland blijven”, aldus OVOCOM voorzitter Ann Nachtergaele (foto). “Daarom blijven we onderhandelen met andere schemabeheerders in het kader van onze uitwisselbaarheidsovereenkomsten. Op die manier verlagen we de handelsbarrières.”

In 2018 heeft OVOCOM bijvoorbeeld haar overeenkomst met Oqualim uitgebreid waarbij uitwisselbaarheid tussen FCA en Oqualim ook geldt in combinatie met de technische module STNO. Daarnaast hebben de besprekingen met CSA/GTP een basis gelegd voor een definitieve uitwisselbaarheidsovereenkomst in 2019 en werden gesprekken opgestart met Pastus+ uit Oostenrijk.

Regelgeving niet uniform geïnterpreteerd

Ondanks het eengemaakte Europa wordt de Europese regelgeving rond voedselveiligheid niet altijd op dezelfde manier ingevuld per lidstaat. Zo zijn er verschillen in de interpretatie van salmonella- en pesticidenwetgeving en het rekening houden met meetonzekerheden. Er is dus nog werk aan de winkel, zowel voor de schemabeheerders als voor de overheden. Een pleidooi voor meer overleg en meer samenwerking.

De rol van de diervoedersector in de circulaire economie

Het belang van de diervoedersector bij duurzaamheid en circulaire economie is ontzagwekkend groot maar blijft onderbelicht bij het grote publiek. Zo bestaan de Belgische mengvoeders voor 48,6% uit gevaloriseerde nevenstromen. Binnen de FCA Standaard zijn duidelijke procedures uitgewerkt voor de valorisatie van voormalige levensmiddelen. Bart Verhulst besluit: “We moeten er dus over waken dat deze procedures hun doel blijven bereiken, ook als de Europese wetgeving wijzigt. We pleiten hierbij voor een gelijke interpretatie en toepassing van de wetgeving binnen de verschillende Europese landen. Dat is en blijft een uitdaging.”

Kennis delen

De verschillende Belgische feed-professionals voelen geen schroom om hun kennis te delen en bij te spijkeren. 305 feed-professionals namen vorig jaar deel aan OVOCOM-opleidingen. Het doel is om nog meer bedrijven te betrekken bij deze opleidingen. Verder behandelde het OVOCOM-team in 2018 meer dan 600 technische vragen van gecertificeerde bedrijven, certificatie-instellingen en consulenten.

RASFF-portaal

In 2018 werden meer dan 339 feed-gevaren gemeld op het Europese RASFF-portaal, een stijging van maar liefst 32 %. Daarbij heeft België vier keer meer gevaren gemeld (52) dan dat er gevaren uit ons land afkomstig waren. De conclusie is eenvoudig: feed-stromen zijn internationaal en in België hebben we een hoog niveau van controle: zowel autocontrole binnen de bedrijven zelf als controle door de overheden. Het gevolg is dat we de voedselveiligheidsrisico’s in hoge mate beheersen.

Reageer op dit artikel